Puberteit…pubertijd!

Verwachtingsvol zaten ongeveer 400 ouders te wachten tot ze antwoord zouden krijgen op een prangende vraag: Hoe ga ik om met mijn puber en zijn of haar pubergedrag?

Hoopvol ging de avond van start, maar na enkele presentaties die vooral informatie gaven over wat je niet moet doen als ouder, waren de hoopvolle blikken veranderd in een – door de bank genomen – quasi ongeïnteresseerde puberhouding, die een gemiddelde puber doorgaans laat zien in de klas. Al was het toneel hilarisch en herkenbaar, wij ouders wilden vooral antwoord op de vraag: Hoe overleef ik de puberteit van mijn kind?

Dat het onderwerp aanspreekt , is duidelijk, gezien de belangstelling met betrekking tot het thema.  Maar de behoefte lag eerder bij hoor en wederhoor. En vooral behoefte aan tools. Los van het feit dat de organisatie veel moeite had gedaan om een mooie avond in elkaar te draaien, werden verwachtingen voor – althans voor mij – niet echt beantwoord.

Het woord puberteit roept bepaalde beelden op. Waarvan we toch allemaal hopen dat onze kinderen zich staande houden in een wereld vol uitdagingen, prikkels, stress en verleidingen. Een puber vertoont pubergedrag, omdat het zich los wil maken van zijn ouders. Als een puber zich veilig en vertrouwd voelt thuis, zal hij zich gaan afzetten tegenover zijn/haar ouders.

Het doel daarvan is te experimenteren met regels en grenzen binnen de veiligheid van je eigen vertrouwde thuis. Dat is zeer nuttig,aangezien kinderen een paar jaar later geacht worden voor zichzelf te zorgen en op eigen benen moeten leren staan. Alleen voelt het op de momenten dat je midden in die strijd zit, niet bepaald nuttig.

Losmaken kun je alleen oefenen, als je de ruimte krijgt te experimenteren, grenzen te verleggen, op je donder te krijgen en te leren van de dingen die gebeuren.

Maar hoe ga je daar dan als ouder mee om?  Ook ik heb geen helder antwoord en daarnaast heeft de puberteit bij ons thuis zijn intrede nog maar mondjesmaat gedaan. Dus ervaringsdeskundige ben ik nog niet.

Wat ik wel geloof en ook zie , is dat kinderen vooral vertrouwen nodig hebben. Vertrouwen en een veilige basis om naar terug te keren. Zodat het gesprek altijd weer gevoerd kan worden en de verbinding weer gemaakt kan worden. Iedere ouder doet dat op zijn eigen manier.  En ook ieder kind zit weer anders in elkaar en heeft wat anders nodig.

Want het blijkt  dat achter hoogst irritant gedrag, luiheid en brutale weerwoorden, toch ieder kind een klein hartje heeft en eigenlijk heel onzeker ,aan ’t proberen is wat hem/haar gaat helpen in de wereld van nu. En waar kun je dat beter oefenen dan bij je ouders? De kans dat die je uit hun hart en leven gaan gooien is uiterst klein, de liefde is onvoorwaardelijk. En dat maakt dat het meest lelijke gedrag zichtbaar wordt bij degene waar ze het meest van houden: hun ouders!

Ik ben van mening dat een ouder zijn eigen kind vaak goed kent en goed ziet hoe het met zijn/haar puber gaat. Sowieso is het een goed idee om je gevoel te volgen en te vertrouwen op je intuïtie.

Vaak denk ik terug aan mijn eigen puberteit. Ik wilde vooral niet praten na schooltijd, was dan vooral bloedchagrijnig, wilde eerst even niks en smeerde eerst een stapel boterhammen, waar mijn vader zich van af vroeg hoe ik zoveel honger kon hebben en waar ik het liet.  Het gaf trouwens ook wel een probleem in de bevoorrading van brood, aangezien het uit de diepvries gehaalde brood al weer op was, voordat anderen eraan toekwamen. En mijn vader standaard op de lege en ja, ook onopgeruimde  boterhammenzak stuitte. Genoeg prikkels voor ergernissen, die elke dag herhaald werden, met daarbij het benoemen van het gewenst gedrag.

Ook was daar de discussie van het (niet) opruimen van mijn was, het wegzetten van mijn fiets in de schuur, het eindeloze bellen met vriendinnen,terwijl we elkaar net gezien hadden,  het verstoppen van de pakken koeken door mijn ouders – in de hoop bij visite nog een koekje aan te kunnen bieden en vervolgens op de verstopplek een lege verpakking aan te treffen. Tsja, vindingrijk waren we zeker.

En op mijn 15e verjaardag meen ik me te herinneren dat we aan het kaartje blazen sloegen en ik er nog niet heel bedreven in was, waardoor ik mijn eerste borreltjes nuttigde en mijn 15levensjaar enigszins aangeschoten in ging. Maar wel veilig thuis, onder de vleugels van mijn ouders.

Nu was ik – terugkijkend op mijn puberteit – niet de meest heftige puber. Al wilde ik gelijk hebben en ging ik daar ALTIJD de discussie over aan, waren mijn vrienden het allerbelangrijkste en was de klophonger een niet wijkend symptoom in mijn puberjaren.

Wat ik heb willen bewijzen, is dat ik heus wel wist wat goed voor me was en daar heb ik af en toe heel onhandige en achteraf gezien  doorgeslagen, eigenwijze keuzes in gemaakt.Maar uiteindelijk heb ik het meest geleerd van de fouten die ik gemaakt heb en heb ik geleerd dat je de gevolgen daarvan zelf mag dragen. En dat je dat ookkan.

Heb ik geluisterd naar adviezen? Jazeker, ik heb geluisterd, maar hoe meer ik de druk voelde om te volgen, hoe harder ik de andere kant koos. Ik wilde het zelf doen, dan maar met vallen en opstaan, maar vooral het zelf was van levensbelang.

Maar ook in de allerverdrietigste en rotste situaties die ik heb gehad, was er een zinnetje dat ik ergens in de puberteit van mijn ouders heb gehoord en opgeslagen : Alles gaat voorbij!

En dat ene zinnetje heeft me door heel wat leed heen geholpen. Want al lijkt een situatie soms uitzichtloos, alles gaat voorbij en dat geeft de burger moed.

Dus ook als je het met je puber niet meer weet en niet echt ziet hoe dit ooit goed moet komen: Alles gaat voorbij…ook de puberteit of beter gezegd: Pubertijd!